Vorige week was ik in het Stedelijk Museum Amsterdam bij de tentoonstelling van ErwinOlaf. Prachtig! De esthetiek van zijn werk, zijn radicale keuze om de mens te laten zien zoals die is: onvolmaakt, kwetsbaar, zoekend.
Olaf toont wat er gebeurt als mensen structureel niet gezien worden — omdat ze afwijken van de norm. Homo’s, vrouwen, mensen met een ander uiterlijk, een andere gevoeligheid. Zijn beelden maken voelbaar wat het kost als je jezelf moet inhouden om erbij te horen.
En precies dát zie ik ook bij leiders. Veel leiders die ik ontmoet zijn capabel, betrokken en verantwoordelijk. Maar ergens onderweg zijn ze iets kwijtgeraakt, omdat aanpassen soms veiliger leek dan jezelf laten zien.
𝗗𝗲 𝗽𝗿𝗶𝗷𝘀?
Minder energie. Minder verbinding. Met jezelf én met anderen.
Leiderschap gaat dan niet meer over aanwezigheid, maar over volhouden.
𝗗𝗿𝗶𝗲 𝗰𝗼𝗻𝗰𝗿𝗲𝘁𝗲 𝗮𝗱𝘃𝗶𝗲𝘇𝗲𝗻 𝗮𝗹𝘀 𝗷𝗶𝗷 𝗱𝗶𝘁 𝗵𝗲𝗿𝗸𝗲𝗻𝘁
1. Kijk naar jezelf en breng in beeld wat je bent gaan inleveren
Wat noem je ‘professioneel’, maar voelt eigenlijk als jezelf kleiner maken? Dit onderscheid zien is vaak al een kantelpunt.
2. Gebruik innerlijke spanning als kompas
Eigenlijk weet je het al. Dat knagende gevoel, die twijfel of vermoeidheid. Het zijn signalen dat jouw waarden niet meer helemaal meedoen. Wie daarnaar leert luisteren, verdiept zijn leiderschap.
3. Maak bewuste keuzes in hoe je jezelf laat zien
Authentiek leiderschap is niet grenzeloos open zijn. Het is congruent handelen: doen wat klopt, zonder jezelf te overschreeuwen of te verstoppen.
En ja — een belangrijke nuance: “Jezelf zijn” zonder zelfreflectie is geen leiderschap. Het vraagt volwassenheid om te weten wanneer je je eigenheid inzet en wanneer je jezelf begrenst. Juist dát onderscheid maakt het verschil tussen impact en egocentrisme.
Het werk van ErwinOlaf herinnert mij eraan hoe krachtig het is als iemand weigert zichzelf te verloochenen — en hoeveel ruimte dat schept voor anderen.
Wat zou het jou opleveren als jij vandaag één stap dichter bij jezelf durft te blijven?
Welk deel van jezelf vraagt om meer ruimte — en wat houdt je nu nog tegen?
Deel het in de comments, of neem contact met me op als je hierover eens verdiepend wilt sparren.